Acht maanden na het overlijden van Joke Bruijs is het verdriet nog altijd dichtbij voor Frits Landesbergen. Toch koos hij ervoor om niet stil te blijven staan, maar juist weer in beweging te komen. Niet omdat het ‘klaar’ is, maar omdat het leven doorloopt. 
De bekende actrice en zangeres overleed op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen van een zeer progressieve vorm van Parkinson. Voor Frits, haar partner en grote liefde, veranderde daarmee in één klap alles. De stilte thuis, de lege plekken in routines, en het besef dat je na een intens jaar ineens weer zélf je dagen moet vullen.
Drie dagen na de herdenking weer aan het werk
In een gesprek met Story vertelt Frits (65) dat hij al snel na de herdenkingsdienst weer is gaan werken. Drie dagen erna stond hij alweer ‘aan’. Niet omdat hij geen tijd nodig had om te rouwen, maar omdat werken voor hem ook een manier is om overeind te blijven.
Zijn agenda bracht hem eerst langs optredens in Nederland, daarna volgde Zwitserland, en vervolgens vertrok hij voor drie weken naar Azië om daar te spelen. Het klinkt haast alsof hij het tempo bewust hoog hield, maar volgens Frits zat er vooral een simpele keuze achter.
Mokken op reis in plaats van thuis
Frits verwoordt het nuchter, zoals muzikanten dat soms kunnen: je kunt thuis blijven mokken, of je kunt onderweg mokken. Hij koos voor dat laatste. Op tour voelde hij zich bovendien minder alleen, omdat hij omringd was door bevriende muzikanten.
In dat gezelschap kon hij praten over Joke, iets wat hij nog altijd graag doet. Het helpt hem, zegt hij, en het maakt dat haar naam niet alleen aan verdriet vastzit, maar ook aan herinneringen. Achteraf heeft hij geen spijt van die vroege terugkeer naar het podium.

Een ziekteperiode die alles veranderde
Joke was bijna vier jaar ziek, vertelt Frits. Vooral de laatste twee jaar waren zwaar, omdat zij toen intensieve verzorging nodig had. In die periode draaide het leven minder om werk, afspraken en plannen, en vooral om wat op dat moment noodzakelijk was.
Joke had duidelijk aangegeven dat ze niet naar een verpleeghuis wilde. Ze wilde thuis blijven, tot het einde. Daarmee kwam er vanzelf een nieuwe rol bij voor Frits: die van mantelzorger. Hij schrapte optredens en veegde zijn agenda leeg, zodat hij er volledig voor haar kon zijn.
Thuis blijven, met liefde en ritme
Frits vertelt dat hij met liefde voor Joke zorgde. Dat woord klinkt misschien eenvoudig, maar het dekt een wereld: dagelijks ondersteunen, waken over energie, meeademen met de dag, en voortdurend schakelen tussen hoop en realiteit. Het was een periode die hem tekende.
Toch waren er ook momenten waarin het leven klein en mooi bleef. Ze gingen vaak naar het strand. Het werd zelfs een soort ritueel. Eerst vroeg Joke nog: “Wanneer gaan we?” Later werd dat: “Hoe laat gaan we?” Want dát ze gingen, stond voor haar vast.
Gesprekken over afscheid en doorgaan
Juist in die laatste fase voerden ze, volgens Frits, bijzondere gesprekken. Over de dood, over grenzen, over wat Joke wel en niet wilde. En ook over wat er na haar overlijden moest gebeuren: niet praktisch alleen, maar vooral emotioneel, als mens.
Joke wilde dat Frits vooruit bleef kijken. Ze zei zelfs: “Ik gun je een nieuwe liefde.” Niet als losse troostzin, maar omdat ze het meende. Frits zegt dat hij dat andersom ook tegen haar zou hebben gezegd. Volgens hem is dat óók liefde: iemand niet vastzetten in verdriet.

Drieëntwintig jaar samen blijft voor altijd
Frits en Joke waren 23 jaar samen. Dat is geen hoofdstuk dat je afsluit met een paar zinnen; dat is een gedeeld leven met routines, grappen, reizen, stiltes, muziek en alles ertussenin. Hij noemt het iets wat hij altijd zal koesteren.
Tegelijkertijd begreep Joke ook dat Frits mogelijk nog veel jaren voor zich heeft. “Misschien wel twintig mooie jaren,” zou ze hebben beseft. Dat vooruitdenken zegt iets over hoe ze in het leven stond: realistisch, maar ook gunnend en warm, zelfs in de moeilijkste fase.
Wat rouw soms is: bewegen terwijl het pijn doet
Het verhaal van Frits maakt duidelijk dat rouw niet één vorm heeft. Voor de één is het terugtrekken en stilte. Voor de ander is het juist werken, reizen en praten. Niet om weg te rennen, maar om niet te verdwijnen in de leegte.
Door op pad te gaan, bleef Frits in verbinding met mensen die hem kennen, die hem opvangen, en die ook gewoon naast hem zitten als hij over Joke praat. Misschien is dat wel de kern: rouwen hoeft niet alleen in een woonkamer te gebeuren.

Praat mee: hoe kijk jij naar doorgaan na verlies?
De woorden van Joke—dat ze hem een nieuwe liefde gunde—raken veel mensen, juist omdat het zo eerlijk en menselijk is. Het opent een gesprek over loyaliteit, liefde, en wat ‘verdergaan’ eigenlijk betekent wanneer iemand ontbreekt.
Hoe zie jij dat: is doorgaan iets wat je móét, of iets wat je langzaam leert? Laat het ons weten op onze sociale media—reageer gerust, ook als je verhaal persoonlijk is. We lezen mee en gaan graag het gesprek aan.






