In een openhartig gesprek op NPO 2 vertelde Noraly Beyer zaterdag over een periode die voor haar nog steeds rauw en dichtbij voelt. Aan tafel bij journalist Coen Verbraak in Over leven sprak ze over de laatste weken met Joost Prinsen, en over hoe snel het leven ineens kan kantelen.

Het was geen verhaal dat om grote woorden vroeg, maar juist om stilte, nuance en eerlijkheid. Beyer schetste hoe ze van dichtbij meemaakte wat er gebeurt wanneer iemand wel ‘aan’ blijft, maar zijn lichaam en taal hem in de steek laten.
Een breuklijn na het herseninfarct
Volgens Beyer veranderde alles na het herseninfarct dat Prinsen in oktober 2025 kreeg. Hij raakte half verlamd en praten ging moeizaam. In haar herinnering was vooral het contrast groot: zijn denken bleef helder, maar woorden kwamen nauwelijks nog naar buiten.
Daarin zat precies de pijn, vertelde ze. Het besef dat iemand er nog is, maar niet meer op dezelfde manier kan deelnemen aan het leven zoals hij dat kende. Voor Beyer voelde het als een onomkeerbaar moment, een eindpunt dat zich langzaam aandiende.
‘Hij wilde gewoon niet meer’
Beyer liet in het gesprek geen twijfel bestaan over Prinsen zijn gemoedstoestand na het infarct. Hij wilde niet verder leven, zei ze, en dat kwam niet voort uit paniek maar uit overtuiging. Voor haar was dat tegelijk begrijpelijk én hartverscheurend.
Ze vertelde dat hij vrij snel naar een hospice wilde, alsof hij daar rust en afronding verwachtte. Alleen: een hospice is bedoeld voor mensen die stervende zijn, en dat was hij volgens de criteria niet. Dat zorgde voor frustratie en verzet.
Waarom een hospice niet kon
Dat hij niet terechtkon in een hospice, maakte de situatie volgens Beyer extra ingewikkeld. Prinsen voelde zich vastgezet in een systeem dat geen plek had voor zijn wens, omdat hij medisch gezien nog niet ‘ver genoeg’ was. Dat botste hard met zijn beleving.
Voor Beyer betekende het ook dat ze hem zag worstelen met verlies van regie. Ze begreep zijn woede, zei ze, en respecteerde zijn gevoel. Tegelijk bleef er dat menselijke tegengewicht: zij wilde hem niet kwijt, hoe moeilijk het ook was.
De route richting palliatieve sedatie
Euthanasie bleek geen optie, vertelde Beyer. Wel wilden artsen meedenken over palliatieve sedatie: een medische aanpak waarbij iemand in slaap wordt gebracht om ondraaglijk lijden te verlichten, meestal in de laatste levensfase. Ook dat gesprek kwam uiteindelijk op tafel.
Het moment waarop artsen hem nog één keer vroegen of hij dit echt wilde, staat bij Beyer in het geheugen gegrift. Prinsen antwoordde, zoals zij het navertelde, luid en duidelijk: “ja, ja, honderd procent.” Voor haar voelde dat als verstijven.

Het afscheid op 3 november 2025
Beyer beschreef hoe dat definitieve “ja” zowel een bevestiging als een klap was. Ze zag het als bewijs dat dit werkelijk zijn keuze was. Tegelijk voelde ze dat er weinig alternatief overbleef, omdat hij zo niet verder wilde en zo ook niet verder kón.
Joost Prinsen overleed uiteindelijk op 3 november 2025. Beyer bracht het niet als drama, maar als iets dat onvermijdelijk werd nadat het leven voor hem zijn eigen herkenbare vorm had verloren. Een afscheid dat voor haar nog altijd doorwerkt.
De klok als stille tegenstander
In het gesprek stond Beyer ook stil bij de jaren vóór het infarct. Ze noemde de tijd een tegenstander: een constante aanwezigheid die meereist in elke relatie, maar extra voelbaar wordt wanneer je weet dat het einde dichterbij kan zijn dan je hoopt.
Ze zei dat ze ergens wel wist dat hun relatie waarschijnlijk niet heel lang zou duren, hoe graag ze dat ook anders had gezien. Dat het uiteindelijk vijf jaar was geworden, ervoer ze als geluk—iets om te koesteren zonder het stuk te denken.
Leven zonder toekomstbeelden
Beyer vertelde dat ze bewust probeerde niet te leven in “wat als”-scenario’s. Niet omdat ze naïef was, maar omdat vooruitlopen op rampspoed het heden kan opeten. Ze bleef liever bij wat er op dat moment wél was: dit is nu, dit is goed.
Die houding klinkt simpel, maar is in de praktijk vaak een keuze die je steeds opnieuw moet maken. Je ziet het naderende verlies, je voelt de angst, en toch besluit je om het niet de baas te laten zijn over de tijd die je nog samen hebt.

Vooruitkijken naar 80
De voormalig nieuwslezeres is inmiddels 79 en zei blij te zijn met wat ze op dit moment nog kan en mag doen. Ze wil haar 80e verjaardag in juli vieren—niet als groot statement, maar als een markeringspunt in het leven.
Haar slotzin in het gesprek bleef hangen: “Je moet je dagen tellen, je jaren tellen en je zegeningen tellen.” Het is een nuchtere samenvatting van rouw én veerkracht. Wat vind jij van haar openheid? Praat mee op onze social media.












