John de Bever merkte al rond zijn veertigste dat de vraag naar kinderen af en toe in zijn hoofd opdook. Geen groot drama, meer zo’n gedachte die soms even langskomt en dan weer verdwijnt. Maar op een gegeven moment werd het serieuzer.

In een gesprek met Weekend blikt de zanger terug op die fase en vertelt hij hoe dat gevoel met de jaren veranderde. Nu hij 61 is, kijkt hij er anders naar dan toen hij nog midden in zijn carrière en leven stond.
De gedachte werd sterker rond zijn vijftigste
Volgens John speelde het onderwerp zo’n twintig jaar geleden al. Hij vertelt dat hij er toen over nadacht, en dat het rond zijn vijftigste meer begon te knagen. Juist omdat tijd dan ineens sneller lijkt te gaan.
Hij vat dat moment samen met een nuchtere, bijna ondeugende frustratie: “Toen dacht ik wel: verdomme.” Het is zo’n uitspraak die veel mensen herkennen wanneer je beseft dat sommige keuzes niet eindeloos uitgesteld kunnen worden.
Waarom het er niet van kwam
Uiteindelijk is het moment voorbijgegaan en kwamen er geen kinderen. Niet omdat het leven leeg is, maar omdat het zo gelopen is. John benadrukt dat hij er niet wakker van ligt en dat hij vooral realistisch blijft.
Daarbij noemt hij ook de context van zijn relatie: hij en zijn partner Kees zijn samen en vormen een gezin op hun eigen manier. “Kees en ik zijn homo’s,” zegt hij, waarna hij meteen zijn belangrijkste punt maakt: de leeftijd.
Te oud voor het vaderschap
John is inmiddels 61 en vindt zichzelf te oud om nog aan kinderen te beginnen. Zijn reden is vooral praktisch en draait om het kind, niet om hemzelf. “Een kind moet geen vader van zestig hebben. Dat gaat niet.”
Die gedachte klinkt streng, maar komt vooral voort uit verantwoordelijkheid. Hij lijkt te bedoelen: als je aan kinderen begint, moet je er ook echt kunnen zijn, energiek genoeg zijn, en niet meteen in de ‘opa-leeftijd’ belanden.
Toch duikt soms het ‘wat als’-gevoel op
Hoewel hij weinig spijt uitspreekt, geeft John toe dat er soms een andere emotie doorheen glipt. Het bekende ‘wat als’-scenario. Niet als klaagzang, maar als een kleine mentale zijweg die even oplicht.
“Als ik vroeger wist wat ik nu weet, had ik het misschien wel gedaan,” vertelt hij. En dat is precies de pijnloze maar toch voelbare kern: sommige inzichten komen pas als de momenten al voorbij zijn.

Een nuchtere conclusie met een scherpe rand
Die gedachten brengen hem tot een opvallend simpele conclusie: er komt geen opvolger. “De Bevers sterven wel uit,” zegt John. Een zin die half grap, half werkelijkheid is, en juist daardoor blijft hangen.
Hij vervolgt: “Er komt geen John de Bever junior meer.” Je hoort er geen groot verdriet in, maar wel het besef dat een familienaam en een verhaal soms eindigen, zonder dat daar een schuldige bij hoort.
Ook opgelucht: kinderen opvoeden in deze tijd
Tegelijk relativeert John het meteen weer. Ergens is hij ook blij dat hij geen kinderen heeft in deze tijd. Niet omdat hij geen kinderen zou willen, maar omdat hij zichzelf kent: hij zou zich constant zorgen maken.
Hij denkt dat hij te panisch zou worden bij het idee dat er iets kan gebeuren. “Ik zou het kind dan te beschermend opvoeden,” geeft hij eerlijk toe. Die zelfkennis maakt zijn verhaal des te geloofwaardiger.

Druk genoeg: nieuwe plannen voor John en Kees
Ook zonder kinderen staan John en Kees niet stil. Ze hebben genoeg omhanden en delen regelmatig nieuwe projecten met hun publiek. Zo maakten ze onlangs bekend dat ze werken aan een bioscoopfilm.
Details daarover worden beetje bij beetje duidelijk, maar het nieuws past bij hun bekende aanpak: groot, toegankelijk en voor een breed publiek. Benieuwd wat jij ervan vindt: moet John ooit nog zo’n stap overwegen, of is het mooi zo?
Laat vooral een reactie achter via onze sociale media en praat mee.










