In Amsterdam-Zuidoost is de zomer voor veel mensen onlosmakelijk verbonden met één plek: het Nelson Mandelapark. Daar waar geuren van roti, bara en saté door elkaar waaien, waar muziek uit alle windstreken elkaar afwisselt en waar je altijd wel iemand tegenkomt die je al járen niet hebt gezien. Precies dat gevoel staat nu opnieuw in de schijnwerpers, omdat er achter de schermen stevig wordt gewerkt aan een plan dat het festival moet beschermen voor de toekomst.

Jörgen Raymann (60) heeft zich samen met verschillende organisaties gemeld aan de overlegtafel om het Kwaku Summer Festival op de Nederlandse lijst van immaterieel erfgoed te krijgen. Niet als symbolisch schouderklopje, maar als serieuze poging om een traditie met diepe wortels in de Bijlmer beter te borgen. Volgens Raymann worden er binnenkort gesprekken gevoerd over het oprichten van een stichting die de aanvraag en onderbouwing gaat voorbereiden.
Een status die meer is dan een sticker
Immaterieel erfgoed gaat niet over gebouwen of monumenten, maar over levende tradities: dingen die mensen samen doen en doorgeven. Denk aan gebruiken, feesten, rituelen en manieren van samenkomen die een gemeenschap vormen. Kwaku past precies in dat plaatje, omdat het festival al decennia lang een herkenningspunt is voor meerdere generaties.
Raymann hoopt dat zo’n erkenning ook praktisch kan helpen. Het festival zit namelijk in een lastige fase, met stijgende kosten en strengere eisen rondom vergunningen en veiligheid. De organisatie liet eerder weten dat het evenement in de huidige vorm niet door kan gaan, wat bij veel bezoekers hard aankwam.
Waarom het festival onder druk staat
Wie weleens een groot evenement heeft georganiseerd, weet dat de rek er snel uit kan zijn. Beveiliging, afvalverwerking, hekken, techniek, en alle regels die daarbij horen: het is de laatste jaren simpelweg duurder geworden. Tegelijk verwachten bezoekers wel dezelfde sfeer, dezelfde toegankelijkheid en vooral dezelfde betaalbaarheid.
Juist dat laatste is een pijnpunt. Raymann noemt het een uitdaging om Kwaku betaalbaar te houden, vooral voor de bezoekers die er al vanaf het begin bij zijn. Inmiddels lopen er gesprekken tussen de organisatie en de gemeente Amsterdam om te onderzoeken of en hoe het festival kan terugkeren.
Kwaku als spiegel van de stad
Wie Kwaku nog ziet als ‘alleen’ een Surinaams festival, is al jaren niet meer geweest. Raymann benadrukt dat het evenement inmiddels veel breder is en een duidelijke plek heeft gekregen in de culturele kalender van Amsterdam. Het begon vanuit één gemeenschap, maar groeide uit tot een ontmoetingsplek voor de hele stad.
Hij wijst op dagen en programma’s die verschillende groepen zichtbaar maken, zoals een Hindoestaanse dag, een roze dag en een Molukse dag. Die mix is geen bijzaak, maar juist de kern: Kwaku laat zien hoe Amsterdam-Zuidoost zichzelf steeds opnieuw uitvindt, zonder de oorsprong te vergeten.
Wat immaterieel erfgoed kan betekenen
Een plek op de lijst van immaterieel erfgoed is geen garantie op geld of een simpele oplossing voor vergunningen. Maar het kan wel zorgen voor erkenning, een steviger verhaal richting partners en een betere structuur in de organisatie. Precies daarom wil Raymann dat er zorgvuldig wordt gekeken hoe de traditie wordt vastgelegd en doorgegeven.
LEES OOK:Nieuwe vriend van Emma Kok eindelijk in beeld en het is geen vreemde
Volgens hem helpt het als meerdere organisaties betrokken worden, zodat het festival minder kwetsbaar is. Niet alles hoeft op de schouders van één club te rusten. Als de basis breder wordt, is de kans groter dat Kwaku ook over tien, twintig of vijftig jaar nog steeds een vanzelfsprekend onderdeel van de zomer is.
Van voetbaltoernooi naar volwaardig festival
Kwaku ontstond in 1975 als een kleinschalig voetbaltoernooi, toen nog onder de naam Kwakoe. Het idee was simpel en warm: jongeren in Amsterdam-Zuidoost die niet op vakantie konden, toch een fijne zomer geven. Voetbal als startpunt, samenkomen als doel.
Raymann herinnert zich zijn eerste bezoek in de jaren tachtig, toen hij als student wat wilde bijverdienen. In die tijd was het vooral sport, met een paar tentjes eromheen voor muziek en eten. Bij regen stond je volgens hem tot je enkels in de modder: alles was nog echt houtje-touwtje.
De groei die langzaam maar zeker doorzette
Tot in de jaren negentig bleef het festival die informele, bijna buurtachtige sfeer houden. Maar rond 2000 begon er meer structuur te komen, met meer programma en een duidelijker opzet. Die ontwikkeling zette door, totdat het vanaf 2013 echt het karakter kreeg van een volwaardig festival.
Het terrein werd groter en de uitstraling professioneler, zonder dat het per se ‘glad’ werd. Juist de combinatie van groot en toch vertrouwd maakte het voor veel mensen aantrekkelijk. Raymann noemt het veld dat is uitgegroeid tot “het mooie Kwaku van nu”, een plek waar veel Amsterdammers zich thuis voelen.
Een festival als tegenwicht in een onrustige tijd
Raymann plaatst Kwaku ook in een bredere tijdgeest. We leven, zegt hij, in een periode van polarisatie waarin mensen sneller tegenover elkaar komen te staan. Juist dan zijn plekken belangrijk waar je elkaar niet hoeft te bevechten, maar gewoon tegenkomt, groet en misschien zelfs begrijpt.
Hij noemt Kwaku een festival dat vanuit de gemeenschap is ontstaan en daardoor iets eigens heeft: het is van onderaf opgebouwd. “Het is voor iedereen, van jong tot oud,” is de boodschap die hij uitdraagt. De diversiteit is geen slogan, maar zichtbaar op het veld, van dragqueens tot stoere mannen.
Wat er nu gaat gebeuren achter de schermen
De komende stap is volgens Raymann het opzetten van een stichting die de aanvraag richting immaterieel erfgoed gaat voorbereiden. Zo’n aanvraag vraagt om meer dan enthousiasme: je moet uitleggen wat de traditie is, waarom die belangrijk is, wie erbij betrokken zijn en hoe je zorgt dat het levend blijft.
Dat proces kan ook helpen om het festival sterker te organiseren, los van de directe problemen van dit jaar. Tegelijk blijft de grote vraag voor bezoekers natuurlijk: komt Kwaku terug, en zo ja, hoe? De gesprekken met de gemeente Amsterdam zullen daarin bepalend zijn.
Waarom dit onderwerp zoveel mensen raakt
Kwaku is voor velen meer dan een uitje. Het is een jaarlijkse reünie, een plek waar je familiegeschiedenissen en nieuwe vriendschappen door elkaar ziet lopen. Voor de één is het vooral eten en muziek, voor de ander sport, debat of gewoon de sfeer van de Bijlmer in de zomer.
Als een evenement met zo’n lange adem onder druk komt te staan, gaat het daarom niet alleen over budgetten en regels. Het gaat ook over identiteit en herinnering: over wat een stad met haar gemeenschappen doet. En precies daarom is de wens om Kwaku te beschermen voor toekomstige generaties zo begrijpelijk.

LEES OOK:Opvallend voorval met André Hazes op Schiphol maakt veel los
De toekomst van Kwaku hangt aan meerdere draden
De erfgoedstatus kan Kwaku een duwtje in de rug geven, maar het zal niet alles in één keer oplossen. De kosten blijven een realiteit, en de vergunningseisen verdwijnen niet zomaar. Toch kan een stevige erkenning helpen om het verhaal van Kwaku beter uit te leggen aan beleidsmakers, sponsors en nieuwe partners.
Voor nu lijkt één ding duidelijk: er wordt niet alleen gerouwd om wat eventueel wegvalt, er wordt ook gebouwd aan wat kan blijven. Benieuwd hoe jij naar Kwaku kijkt, en of het volgens jou immaterieel erfgoed moet worden. Laat je reactie achter op onze social media en praat mee.











